De Bron
  • De Bron
    • Onze school
      • Dagindeling
        • Restaurant
          • Bereikbaarheid
            • Studieaanbod
              • Jouw toekomstige school?>
                • Toekomstige leerling
                  • Ouders
                    • Infomomenten - inlichtingen - huisbezoek
                      • Inschrijvingen
                    • Teamwork
                      • Raad van bestuur
                        • Directie
                          • Leerkrachten
                            • Ondersteunend personeel
                              • Leerlingenbegeleiding
                                • VCLB
                                  • Schoolraad
                                    • Pedagogische raad
                                      • Leerlingenraden
                                        • CPBW
                                          • LOC
                                            • COC
                                              • Ouders
                                              • Activiteiten
                                                • Pastoraal
                                                  • Amnesty International
                                                    • WOS
                                                      • V-dag
                                                        • Sport>
                                                          • Agenda
                                                            • Uitslagen
                                                            • Internationaal>
                                                              • Agenda
                                                                • Science Planet TIELT
                                                                  • Algemeen
                                                                    • Eureka
                                                                    • S.M.A.C.K.
                                                                      • Performance
                                                                        • Gezondheidsbeleid
                                                                          • MOS
                                                                            • Oud-leerlingen
                                                                            • Publicaties
                                                                              • Boekenlijsten
                                                                                • Druppel
                                                                                  • Nieuwsbrieven
                                                                                    • Infobrochure
                                                                                      • Persinfo
                                                                                        • Schoolreglement
                                                                                        • Archief
                                                                                          • 2010 - Foto's
                                                                                          • Foto's
                                                                                          • Contact

                                                                                          Internationaal

                                                                                          1. Korte ‘Europese geschiedenis’ van De Bron

                                                                                          De Bron Tielt is ontstaan uit de fusie van het Heilige Familie-Instituut en het Sint-Jozefscollege twee pionierscholen bij het opstarten van de Europese dimensie in het onderwijs. Sinds 1991 waren beide scholen ononderbroken betrokken in een lange reeks projecten, die tot samenwerking leidden met partnerscholen in zowat alle EU-landen. Na de fusie werden de EU-initiatieven voortgezet. Jaarlijks namen leerlingen deel aan Europese Jongerenparlementen in binnen- en buitenland.

                                                                                          De eerste Europese stappen werden gezet in 1991 met een Lingua-project met een school uit Sardinië en vooral met de coördinatie van het Europese pilootproject ‘War and Peace. War monuments and art as witnesses of European civil wars’. De Europese Unie startte toen dit opmerkelijke proefproject op met 40 projecten. Het opzet groeide later uit tot het grote Comenius-programma (binnen Socrates).
                                                                                          Dit ‘War and Peace’-project, de studie van oorlogs- en vredesmonumenten in alle EU-landen, groeide uit tot een van de modelvoorbeelden van Europese projecten. Nog steeds wordt de publicatie met dezelfde naam getoond op ontmoetingssessies voor Europese leerkrachten. Voor het welslagen van het project werd een samenwerking aangegaan met scholen uit Italië (Pontecorvo), Spanje (Madrid), Duitsland (Münster), Denemarken (Helsinge), Frankrijk (Stenay en Argentan), Griekenland (Athene), Portugal (Vila Real de Santo Antonio) en Finland (Kronoby).  In 1997 ontving het toenmalige Sint-Jozefscollege hiervoor de Koningin Paolaprijs voor het onderwijs.
                                                                                          In dezelfde periode liepen er ook andere Europese projecten met Denemarken (Sonder Vissing, Roskilde), Slovakije (Zvolen), Schotland (Dornoch), Estland, Nederland (Doetinchem) en Engeland (Walsall).

                                                                                          Vanaf 1999, het jaar van de fusie, werden er andere samenwerkingsvormen uitgewerkt met dezelfde en andere partnerscholen: Italië (Udine en Palermo), Oostenrijk (Lienz), Duitsland (Dieburg), Cyprus (Limassol), Hongarije (Boedapest), Roemenië (Roman) en Ierland (Longford). Dit resulteerde in nieuwe projecten als EUROKLASSEN (bilaterale projecten), KLEIO (rond cultureel erfgoed), O MAR (rond de zee), MINORITIES (rond minderheden) en recentelijk nog IDENTITY VERSUS GLOBALISATION (rond identiteit en globalisering). Die projecten duurden telkens drie schooljaren. Momenteel loopt het project EUREKA dat focust op wetenschappen, wiskunde en biotechnologie.

                                                                                          Sinds 1995 nemen leerlingen deel aan EYP (European Youth Parliament), MEP (Model European Parliament) en Europolis. Tweemaal mocht De Bron zich laureaat noemen van de nationale selecties en daardoor de nationale eer vertegenwoordigen in het buitenland: in 1999 in Rome en in 2007 in Berlijn. Verschillende keren vertegenwoordigde De Bron die nationale eer ook in het Europees Parlement in Straatsburg, telkens na het winnen van het nationale concours Euroscola, en in de Verenigde Naties in New York. In 1999 organiseerde De Bron, samen met het Tieltse stadsbestuur, een eigen Europees Jongerenparlement met jongeren uit 18 verschillende Europese landen. 

                                                                                          Om dit allemaal te realiseren en begeleiden staat een ruime groep leerkrachten paraat. Wij noemen onszelf de ‘Europacel’. De groep bestaat uit een 20-tal leerkrachten uit verschillende disciplines plus de directie en de administratie. De Europacel wordt gecoördineerd door Johan Vankeersbilck. Alle beslissingen worden getroffen in de schoot van deze werkgroep.

                                                                                          2. Doelstellingen van de Europese projecten

                                                                                          1. Het is zeker zinvol te investeren in Europese projecten. Die lenen zich goed tot vakoverschrijdend werken en brengt de vakken dichter bij elkaar. Het samenbrengen van jongeren in gezamenlijke projectmeetings, waarbij elke partnerschool eigen subthema’s kan inbrengen, vormt hiertoe een mooie formule.
                                                                                          2. Een dergelijk EP doorbreekt voor leerlingen en leraars de evidente sleur. Het doet leerlingen en leraars op een andere manier met elkaar samenwerken en komt de werksfeer op school alleen maar ten goede. En het kan nieuwe pedagogische prikkels geven aan leraars.
                                                                                          3. Niet weinig oud-leerlingen, die vroeger betrokken waren in een Europees project, studeren nu met een Erasmus-beurs aan een buitenlandse universiteit. Die Europese vonk hiertoe is ontstaan tijdens de projecten op school. Daarom blijft één van onze belangrijkste doelstellingen om ook leerlingen aan projectmeetings te laten deelnemen. Dus de nadruk blijft liggen op leerling gerichte en –gestuurde projecten en de deelname van leerkrachten én leerlingen aan projectmeetings blijft essentieel.
                                                                                          4. Een project valt dikwijls even goed, zoniet beter, mee voor de (in cijfers) minder goed presterende leerlingen. Projecten zijn voor hen het bewijs dat zij dit ook aan kunnen. Het minderwaardigheidsgevoel krijgt hierdoor een serieuze deuk. Voor het eerst werd gewerkt met geselecteerde leerlingen om deel te nemen aan projectmeetings. Deze formule sloeg echt aan, want het ging om op en top gemotiveerde leerlingen.
                                                                                          5. Taalkundig moeten projecten hun waarde niet meer bewijzen. Eens goed ondergedompeld worden in een taalbad is voor de meeste leerlingen een eerste, maar aangename ervaring. Enkele leerlingen die Spaans volgen op en buiten school, maakten de samenwerking met Madrid mee.
                                                                                          6. Leerlingen worden Europese burgers en leren leren van de Europese diversiteit. Open staan voor andere culturen en gebruikers is wellicht de beste weg naar het harmonieus samenleven van volkeren en culturen.
                                                                                          7. Het multiplicator-effect naar de ouders, de familie, de stad en de regio toe. Zonder bescheiden te zijn mogen we stellen dat ons voorbeeld heilzaam werkt in de regio. Andere scholen zijn komen aankloppen om informatie ter zake. Meerdere keren zijn wij op pad gegaan om in andere scholen aan de kar te duwen, zelfs tot in Oost-Vlaanderen. Intussen zijn vele scholen al bezig, of op weg, om dergelijke projecten op te starten. Het is leuk te vernemen dat ouders doorgaans heel opgetogen zijn over deze initiatieven.

                                                                                          3. Europese dimensie

                                                                                          Onze school profileert zich al jaren als ‘een Europese school’. We volgen de nieuwste Europese context op de voet en willen kansen geven aan onze leerlingen om op een zinvolle en beloftevolle manier in contact te treden met generatiegenoten uit andere EU-landen. We nemen daarom, altijd met de leerlingen, deel aan zoveel mogelijk initiatieven in Europees verband. Wij zijn ervan overtuigd dat dit een niet in te schatten meerwaarde schenkt aan het pedagogische aanbod van de school. Naast het Comenius-engagement zijn er de Europa-dagen, wordt er elk jaar een Europa-enquête georganiseerd, wordt deelgenomen aan Euroklassen en Europese Jongerenparlementen in binnen- en buitenland (Europolis, European Youth Parliament, Model European Parliament, Euroscola Straatsburg) en wordt uiteraard de Europese context ook omvangrijk en thematisch belicht binnen de lessen geschiedenis.
                                                                                          Tielt gaat door als een ‘Europastad’ en Tieltse scholen doen deze naam toch wel alle eer aan. Met onze school zijn intussen andere Tieltse en regionale scholen aan het ‘europeaniseren’. Het is toch wel opmerkelijk en leuk te zien dat dit allemaal van de grond komt in dergelijk klein provinciestadje. De stad Tielt komt nu overigens in contact met de plaatselijke autoriteiten van alle plaatsen waar scholen in contact staan met Tieltse scholen. Tussen de Tieltse autoriteiten en deze van het Portugese Vila Real de Santo Antonio zijn er meer dan goede contacten. Veel Tieltse gezinnen trekken nu jaarlijks op zomerverlof naar dat stadje in de Algarve. Bekroning was de organisatie van een Europees Jongerenparlement in Tielt in juli ’98 en de organisatie van een conferentie voor burgemeesters in Tielt in mei ’99.

                                                                                          Via een Interreg3a-project beschikt stad Tielt nu over een permanente ‘Europazolder’. Centraal op die Europese zolder staan de partnerscholen uit onze Comenius-projecten van heden en verleden. Onze Comeniusprojecten hebben m.a.w. gefungeerd als rode draad en smaakmakers voor deze prestigieuze en permanente tentoonstelling in Tielt: Info o.m.op www.tielt.be, www.brugseommeland.be.
                                                                                          Dat die Europese idee een wezenlijk onderdeel geworden is van de schoolcultuur, bewijst ook de manier waarop de projecten naar buiten gedragen worden. Vroeger was er al een boekje rond het Comenius-project ‘War and Peace’ dat over heel Europa verspreid werd. De lokale gemeenschap en de ouders worden altijd betrokken bij ‘Europa’, er wordt meegewerkt aan infosessies rond Europese projecten, de website van onze school bevat een onderdeel ‘Internationaal’ (www.debron.kso-tielt.be) en er wordt hulp verleend aan andere ‘Europees beginnende’ scholen.

                                                                                          De verschillende aspecten van de Europese cultuur vormen steevast een belangrijk onderdeel van elk Europees engagement. ‘Eenheid in verscheidenheid’ is dan ook hét parool. Bij elke ontmoeting worden er ogenblikken ingebouwd waarbij leerlingen gezamenlijk les volgen en elkaars taal leren. Niet alleen leerkrachten leren didactisch van hun collega’s, maar ook de leerlingen!

                                                                                          4. Integratie in het curriculum

                                                                                          Volgende vakken waren en zijn betrokken bij de projecten :  geschiedenis, esthetica, maatschappelijke vorming, moderne talen, oude talen, lichamelijke opvoeding, aardrijkskunde, biologie, godsdienst, economie, wiskunde, wetenschappen en biotechnologie.
                                                                                          Alle projectactiviteiten verbonden aan bi- of multilaterale contacten tussen leerlingen zijn volledig ingebed in het curriculum. Andere projectwerkzaamheden worden gedeeltelijk (ongeveer voor 50%)  opgenomen in het lesgebeuren van bovengeciteerde vakken. Bovengeciteerde projectmeetings situeren zich altijd tijdens de schooldagen en nooit in de vakantieperioden.
                                                                                          De inzet van de leerlingen voor het Europese project worden voor enkele vakken (geschiedenis, moderne talen, aardrijkskunde) soms in rekening gebracht binnen het onderdeel ‘attitudes’.

                                                                                          5. Multidisciplinariteit en vakoverschrijdende aanpak

                                                                                          De betrokken vakken werden al geëxpliciteerd onder 4. Naast de vakeigen onderwerpen kwamen volgende vakoverschrijdende onderwerpen aan bod.
                                                                                          • Het thema van ‘identity versus globalisation’ op zich, nodigt al uit tot vakoverschrijdend samenwerken.
                                                                                          • Sociale vaardigheden, o.a. samen werken aan een tentoonstelling, een journaal, een slothappening, presentaties.
                                                                                          • Opvoeden tot burger- en verantwoordelijkheidszin, o.a. het feit dat het hele project gedragen en gecoördineerd wordt door de leerlingen en het onder tijdsdruk werken aan de tentoonstelling, happening of projectkrant. De projectkranten komen altijd tot stand tijdens een projectmeeting zelf en niet achteraf! Dit vormt telkens weer een enorme prestatie van de leerlingen.
                                                                                          • Alle deelnemende leerkrachten werkten in hun eigen lessen aan thematische onderdelen. Tijdens een projectweek wordt multi- en interdisciplinair gewerkt in functie van de tentoonstelling, happening en journaal van de werkzaamheden.
                                                                                          • ICT-vaardigheden worden verder aangeleerd: leerlingen leren presentaties maken via powerpoint en zorgen voor CD-roms als eindproducten.
                                                                                          • Het project kadert ook goed in de leerplandoelstellingen en de eindtermen van bovenvernoemde vakken.

                                                                                          6. Effect van de projecten op de leerlingen

                                                                                          Het effect op de leerlingen is heel groot. Dat zegt ons niet alleen de evaluatie door de leerlingen. Heel wat oud-leerlingen zeggen dit in koor. Heel wat onder hen studeren nu met Erasmus-beurzen in het buitenland en beamen dat Comenius bij hen de Europese vonk heeft doen ontluiken. Comenius heeft gezorgd voor de noodzakelijke ontsluiting van het enge schoolklimaat en de blikken verruimd. Het is een enorme troef geworden in een veranderde samenleving, waar internationale contacten, talenkennis, verantwoordelijkheidsgevoel centraal staan.
                                                                                          De leerwinst is uiteraard groot op vakgebonden gebied. Bepaalde leerplanonderdelen worden op een andere, meer geïntegreerde manier aangeboden. Een project zorgt bovendien altijd voor een welgekomen taalbad. Gedurende enkele weken moet gesproken, gedacht en gehandeld worden in het Engels, Frans of Duits. Maar ook de kleinere talen komen altijd aan bod. Zo krijgt elke buitenlandse leerkracht en leerling een cursus Nederlands voor beginners aangeboden. Dit gebeurt ook in de meeste andere buitenlandse scholen.

                                                                                          Dergelijke vakoverschrijdende projecten zijn echter in de eerste plaats grensverleggend m.b.t. de vaardigheden. Samen een projectmeeting in elkaar steken en het gezamenlijk werken naar een tentoonstelling, happening of journaal toe vergt taal-, technische, methodologische, sociale, ICT-, organisatorische en pedagogische vaardigheden. Het hele project wordt namelijk gedragen door de leerlingen zelf. In die zin verschilt deze werkvorm nogal van het normale schoolklimaat, waar alles in handen is van de leerkrachten en waar de zelfwerkzaamheid van de leerlingen toch minde aanwezig is. In die zin fungeert het project als trendsetter voor verdere pedagogische vernieuwingen.
                                                                                          Hierboven werd het kader geschetst waarbinnen de partnerscholen het EP gerealiseerd willen zien. Veel heeft hierbij te maken met de actieve deelname en  mobiliteit van leerlingen. Het Europa van de toekomst moet meer van de basis komen dan in het verleden het geval was. De beste basis hiertoe is nog altijd het directe contact en de onmiddellijke confrontatie met een andere leefcultuur. Pas dan kunnen jonge mensen leren open te staan voor die rijke diversiteit binnen Europa.

                                                                                          Vanuit deze optiek en filosofie is het gebruik van ICT geen doel op zich. We communiceren met elkaar via sms, telefoon, fax en e-mail. Ook de leerlingen corresponderen  intens met elkaar via e-mail. ICT wordt wel intens aangewend bij het opzoeken van allerlei informatie rond de inhoud van de projecten. Enkele jaren terug probeerden wij de videoconferencing uit. Maar dit kon ons toch maar matig bevredigen. Dit medium kan de mobiliteit van leerkrachten én leerlingen niet vervangen!!! Alle partnerscholen hebben een website en het luik ‘Internationaal’ krijgt hier een belangrijke rol.

                                                                                          Gezien de traditie van Europese projecten is er aan attitude geen gebrek bij de leerlingen. De motivatie om een project op te starten wordt dan ook elk schooljaar weer opgestart door nieuwe generaties leerlingen. Mooie vrucht van dit alles is een uitgesproken Europees en multicultureel bewustzijn waarbij gelijke kansen evident zijn.

                                                                                          7. Effecten van de projecten op de leerkrachten

                                                                                          In De Bron werd enkele jaren terug een zogenaamde ‘Europacel’ opgericht. Deze bestaat uit een vriendenkring van leraars oude en moderne talen, geschiedenis, esthetica, godsdienst, aardrijkskunde, wetenschappen, lichamelijke opvoeding, de directie en het administratief personeel. Intussen is dit een groep van een 20-tal personen. Ook op andere leraars kan men steeds rekenen voor eventuele vervangingen of taken. Dit vormt natuurlijk een wezenlijk onderdeel van een project. In feite is het lerarenkorps als geheel nu wel overtuigd van het belang van een dergelijk EOP. ‘Europa’ is echt een wezenlijk onderdeel geworden van de school. In de eerste plaats is dit het geval via het Comenius-engagement, maar daarnaast ook nog via andere kanalen (Europolis, Euroscola, Gros, Euroklassen, Europese Jongerenparlementen, …).

                                                                                          Net zoals voor de leerlingen betekent Comenius voor de leerkrachten een aangename breuk met het modale schoolleven. ‘Zuurstof en een nieuwe uitdaging’ zegt een collega. Vakgebonden zijn er nieuwe inzichten en kan men pedagogisch leren van de aanpak van buitenlandse collega’s. Dit geldt uiteraard ook voor algemene en onderwijskundige inzichten. Zo zijn onze leerkrachten geconfronteerd geweest met andere pedagogische concepten, die zij nu overnemen in hun eigen lessen. We denken hier in de eerste plaats aan de zelfwerkzaamheidsmethode door de leerlingen. Met een beetje zin voor overdrijving zou men het zo kunnen stellen dat Comenius het éénduidig ex-cathedra-les-geven doorbroken heeft op onze school. Dit geldt daarom a fortiori voor de implementatie van de vaardigheden en de attitudes. Het mooiste bewijs is het feit dat de Europacel goed werkt en draait en steeds weer vers bloed weet aan te trekken voor de Europese projecten.

                                                                                          8. Effecten van de projecten op de school

                                                                                          Een Europees Opvoedingsproject moet volledig geïntegreerd worden in het aanbod en in het curriculum van de school.  Dit wil zeggen dat dergelijk initiatief niet mag georganiseerd worden tijdens de vakantiedagen. Wij beschouwen dit EOP dan ook als een volwaardig onderdeel van het aanbod van onze scholen. Daarom is het van het grootste belang dat de school als geheel hier achter staat. Voorafgaande en voorbereidende gesprekken met bijvoorbeeld leraars die minder betrokken zijn bij het project, kunnen hier heilzaam werken. Hoewel “Europa” in onze scholen intussen goed ingeburgerd is en de facto een evidentie geworden is, zijn er nog momenten waarbij collega’s gaan panikeren.

                                                                                          Om dit allemaal te kunnen inbedden in de reeds drukke leerplannen en –programma’s is veel overleg, veel vergaderen en vooral veel planning noodzakelijk.  Dit wil zeggen dat wij zoeken naar mogelijkheden om zoveel mogelijk het wegvallen van lesuren op te vangen. Met een beetje creativiteit  en organisatievermogen lukt dit telkens weer! Hoewel de voorbije jaren veel te druk waren. De Europacel heeft zich daarom voorgenomen om dit nooit meer zo druk te laten worden. Anders komt er teveel kritiek van collega’s, ouders, enz. en komt de realisatie van de leerplannen als dusdanig in het gedrang.

                                                                                          Als iedereen bij het begin van het schooljaar weet dat er projecten aankomen, kan hiermee vanaf de eerste dag rekening mee gehouden worden. Alle betrokken en geselecteerde leerlingen (cf. bijlage) weten dat zij na schooltijd enkele uren les zullen krijgen als de nood zich laat voelen. Projectweken gaan dus door tijdens de normale lesweken.  Ook  in de partnerscholen denkt men er zo over.Ons EOP-project werd dus volledig en integraal ingebed in het aanbod van alle scholen en de nadruk lag op mobiliteit en activiteit van de leerlingen.

                                                                                          Doorheen de jaren (-sinds 1992-) is onze school vertrouwd geraakt met deze Europese pedagogische context (MSP-proefproject, Comenius, Euroscola, Europolis, organisatie van een eigen Europees Jongerenparlement in Tielt, deelname aan EYP (European Youth Parliament), MEP (Model European Parliament), e.a.)  Aanvankelijk als een perifeer verschijnsel beschouwd door enkele collega’s, is intussen deze Europese idee echt breed geïntegreerd en geaccepteerd in het doen en het laten van onze school. Wij hebben de indruk dat alle collega’s nu volop overtuigd zijn van de waarde van dergelijke initiatieven. Deze positieve receptie heeft vooral te maken met het bestaan van een ruime “Europacel”.  Een 20-tal leraars komen regelmatig met de directie bijeen om één en ander te bespreken. Hier zitten mensen in uit alle disciplines, zowel regenten als licentiaten, zowel onderwijzend als administratief personeel. We streven ernaar om ons echt als “Europese school” te profileren en de leerlingen, vanaf het eerste tot het laatste jaar van het secundair onderwijs, met de idee en de uitdaging van “Europa” te laten kennis maken. De nieuwe opleidingsmogelijkheden  binnen de Socrates-dimensie  nopen hiertoe. In die zin waren wij heel verheugd dat er tijdens de vorige schooljaren ook een Euregio-project doorging met een Duitse school uit Westfalen-Lippe als partnerschool en meerdere bilaterale ontmoetingen met een Deense school uit Sonder Vissing. We vonden het wel verschrikkelijk dat we twee maal naast de Euroklassen-subsidie grepen omwille van een heel kleine inschattingsfout van een leerkracht. Nochtans ging het telkens om modelvoorbeelden van Europese samenwerking tussen scholen. Het zet meteen ook een domper op ons Europees enthousiasme!

                                                                                          Hierboven werd reeds aangestipt hoe onze Comenius-projecten fungeren als motor voor onderwijsvernieuwing. Het zit er allemaal in: projectonderwijs, vakoverschrijdende samenwerking, zelfstandig leren, verantwoordelijkheid opnemen, sociale vaardigheden, etc.). Bovendien doen dergelijke projecten leerkrachten beter samenwerken en doorbreken de alledaagsheid op school. Voor de school De Bron, de fusieschool van het Sint-Jozefscollege en het Instituut Heilige Familie, werkte de Europese werking heel heilzaam voor het naar elkaar toe groeien van de twee lerarenkorpsen.
                                                                                          .
                                                                                          Ook het oudercomité en de Raad van Bestuur van de school staan achter dit Europese opzet. Nagenoeg alle ouders van de in projecten betrokken leerlingen zijn verheugd over deze Europese initiatieven. En ook vele oud-leerlingen, die aan de universiteit of hoger niet-universitair onderwijs studeren, zijn met een Europese beurs actief in het buitenland. De vonk voor Europa is ontstaan tijdens onze projecten, zo weten veel oud-leerlingen ons te zeggen. En dat horen wij uiteraard graag. Ten slotte zorgt elke leerling op zich voor een multiplicator-effect.

                                                                                          Steeds meer scholen (- en steeds vaker technische -) uit de regio komen aankloppen om meer info en tips te krijgen over dit Europese opzet.  Ook andere scholen in het buitenland hebben zich aangeboden om deel uit te maken van ons project. En ook dat streelt toch wel de eer. Heel belangrijk is ook de nadrukkelijke steun van de lokale gemeenschap, in casu het Tieltse stadsbestuur. Tielt, sinds de jaren ’50 en via tal van jumelages een “Europastad” geworden, ontving enkele jaren terug in Dublin een onderscheiding hiervoor van de Raad van Europa.

                                                                                          Conform aan zoveel eerbetoon, maakt het stadsbestuur steeds weer tijd en ruimte vrij voor onze projecten. In juli ’98 maakte het stadsbestuur de organisatie mogelijk van een heus Europees Jongerenparlement.  Jongeren van 13 Europese landen namen deel aan dit opmerkelijke gebeuren. Het ging vooral om jongeren uit partnerscholen van Tieltse scholen. Traditioneel is Tielt verbroederd met een Franse, Italiaanse, Duitse en nu ook met een Poolse stad. Maar door de jaren heen leed deze samenwerking wel eens wat aan bloedarmoede. Daarom probeert de Tieltse burgemeester Van Daele via de contacten die wij opgebouwd hebben met onze projecten,  om ook officieel en formeel contact te krijgen met de plaatselijke autoriteiten in verschillende landen.  Einde mei ’99 ging er een conferentie door in Tielt met burgemeesters uit 10 verschillende landen. Bedoeling is samen te gaan zoeken naar convergentie in hun beleid, in de breedste zin van het woord, en in het bijzonder naar ondersteuning van samenwerkingsprojecten voor jongeren. Zie ook de inbreng van de burgemeester Van Daele in de brochure en de CD-rom Minorities (2003). Zoals boven reeds aangestipt is de stad nu klaar met de uitbouw van een permanente ‘Europazolder’ met allerlei info over Europa. Maar centraal in deze tento staan onze contacten met de partnerscholen uit onze Comenius-projecten.

                                                                                          Het is duidelijk dat projecten verder dragen dan enkel de actief deelnemende leerlingen. Andere leerlingen, in feite de hele schoolgemeenschap, worden zoveel mogelijk betrokken bij de projecten. Net als de lokale gemeenschap en de ouders.
                                                                                          Onze school profileert zich duidelijke als een ‘Europese school’. Op Opendeurdagen, op de website, in de nieuwsbrief naar de ouders toe en bij talrijke persconferenties en persartikels wordt steevast naar deze Europese projecten verwezen. De lokale TV bracht zelfs live een beeldverslag van de slottentoonstelling via de website.

                                                                                          9. Betrokkenheid van de hele schoolpopulatie

                                                                                          Het effect van het project op de hele schoolpopulatie is groot. Er wordt traditioneel
                                                                                          gewerkt met 16-17-jarigen. Onze leerlingen zijn door de jaren heen al vertrouwd
                                                                                          geraakt met de formule van uitwisselingen van leerlingen en de hierbij gebruikte
                                                                                          werkvormen en vaardigheden (vak, talen, methodologie, sociaal, ICT, burgerschap,
                                                                                          wijze van solliciteren om als klas te kunnen participeren aan het project, e.a.).
                                                                                          Nieuwe werkvormen, en vooral het opnemen van verantwoordelijkheid naar het
                                                                                          eindresultaat toe (de tentoonstelling, de happening) worden hen vooraf door andere
                                                                                          leerlingen (- zij die vorig jaar in een project meedraaiden -) aangeleerd en
                                                                                          bijgebracht. Want het is vaak zo dat onze leerlingen functioneren als locomotieven bij dergelijke Europese trefpunten. De leerlingen kunnen gemakkelijk gemobiliseerd
                                                                                          worden voor de werkzaamheden in die mate dat zij ook de verantwoordelijkheid
                                                                                          dragen voor het welslagen van het project. Het gaat dus essentieel om DOE-
                                                                                          projecten, waarbij de leiding in handen is van de leerlingen en de superviserende
                                                                                          leerkrachten.

                                                                                          Het contact met een buitenlandse school is sowieso verrijkend. Telkens weer zien de Vlaamse leerlingen hoe anders er les gegeven wordt in het buitenland. Vaak met minder discipline en tucht dan in Vlaanderen, maar met meer zelfwerkzaamheid bij de leerlingen. Dit is pedagogisch enorm leerrijk voor leerlingen en leerkrachten. Onze leerlingen ervaren het meestal zo dat wat discipline geen afbreuk doet aan een puike relatie en samenwerking tussen de leraars en de leerlingen. Tijdens een  projectmeeting moet hard gewerkt worden, want op het einde ervan komt er steevast een eindmoment dat goed moet zijn. De buitenlandse leerlingen en leerkrachten zijn vaak verrast van dit harde werkschema. Maar zij zijn na het eindmoment niet weinig blij met de resultaten. De projecten geven de leerlingen de kans om hun vreemde talen te oefenen, vakinhoudelijk en –overschrijdend te denken en te handelen, methodologische vaardigheden te ontwikkelen, samen te werken, Europa echt goed aan te voelen, enz. De manier waarop het thema in de verschillende landen wordt aangepakt, werkt ook pedagogisch verrijkend. Vlaamse leraars leren hierdoor om wat minder te doceren, buitenlandse leerkrachten ondervinden dat wat meer organisatie en discipline niet negatief werkt naar de leerlingen toe.

                                                                                          Europese projecten zijn een essentieel onderdeel geworden van het aanbod van de school. Leerlingen zijn hierdoor vragende partij geworden. In die zin is de hele schoolpopulatie betrokken bij het geheel. Van in de eerste graad zijn er contacten met Nederland (o.m. via GROS), met Wallonië (Prins Filipsfonds). In de tweede graad zijn er bilaterale ontmoetingen en in de derde graad staat Comenius centraal. Ook het oudercomité wordt hierbij betrokken. Tijdens een projectweek volgen buitenlandse leerlingen les in zoveel mogelijk verschillende klasgroepen, zodat zoveel mogelijk leerlingen op een of andere manier met hen in contact komt. De hele schoolbevolking (en alle leerkrachten) plus de ouders worden uitgenodigd voor het bijwonen van de slottentoonstelling of happening. Ouders van de deelnemende leerlingen zijn aanwezig bij het dessertenbuffet tijdens de projectweek. Andere leerlingen staan in voor gidsbeurten in Tielt.

                                                                                          10. ICT in de projecten

                                                                                          Het gebruik van ICT in het project werd boven al geëxpliciteerd onder II.7. (Effect van het project op de leerlingen). ICT werd in het project vooral aangewend als communicatiemiddel. Tijdens de projectweek wordt ICT dan weer als werkinstrument aangewend. Het zijn bovendien de leerlingen die instaan voor de slothappenings, waar de resultaten van het projectwerk via powerpointpresentaties getoond worden, Ook CD-roms van het projectwerk worden de leerlingen gemaakt. Het project geeft hierdoor een extra stimulans voor het oefenen van de ICT-vaardigheden.

                                                                                          11. Eindresultaten/eindproducten

                                                                                          Een van de hoofddoelstellingen van dit project is om leerlingen samen te laten werken aan tentoonstellingen, happenings of eindjournaals van hun werkzaamheden. Dus de nadruk ligt op dat intense moment van een projectmeeting. N.a.v. die gebeurtenissen publiceren wij telkens een magazine met de werkzaamheden van het voorbije werkjaar. Voorts zijn er soms cd-roms met presentaties van de werkzaamheden en een eigen website met sfeerbeelden en gegevens.

                                                                                          12. Algemene werking van det partnerschappen

                                                                                          De relatie met de partnerscholen mag echt vriendschappelijk genoemd worden. Alle scholen leggen de nadruk op de actieve deelname van de leerlingen tijdens projectmeetings, DOE-projecten en sociale, methodologische en linguïstische verrijkingen.
                                                                                          De relatie met de Spaanse school is opperbest te noemen. Wij hadden de gelegenheid om reeds jaren met deze school heel actief samen te werken in het kader van de Comenius-projecten ‘War and Peace’ en ‘Kleio’. Het gaat om een ervaren school, die heel constructief meewerkt. Tussen beide scholen (Tielt en Madrid) zijn dan ook mooie en blijvende contacten gegroeid, ook persoonlijk tussen de leerkrachten. Voor de Tieltse school schenkt dit bovendien de mogelijkheid om leerlingen hun kennis van het Spaans ter plaatse te laten toetsen.
                                                                                          De relatie met de andere partnerscholen is navenant. Alle partnerscholen kennen wij al van jaren terug en met beide scholen werden uitwisselingen afgewerkt. Het klikt ook goed tussen de leerkrachten onderling.

                                                                                          13. Evaluatie

                                                                                          De evaluatie gebeurt gedeeltelijk op basis van evaluatieformulieren, ons destijds aangereikt op een vergadering in Alden Biezen tijdens een conferentie met scholen rond precies deze evaluatie van Europese projecten (MICE-T). Deze nota telt 13 pagina’s. Aanvankelijk gebruiken wij die als handleiding, maar al vlug zwakten wij één en ander af omdat anders het geheel te omslachtig werd. Naar onze mening zou de nota moeten afgezwakt worden tot zijn essentie. Anders dreigen wij het bos niet meer te zien van de bomen. Zo vielen wij in essentie terug op de vragenlijsten naar de leerlingen en de ouders toe en het klassikale evalueren van het project.
                                                                                          De evaluatie binnen de school gebeurde via vragenlijsten, observatie, groepsdiscussie met leerlingen, groepsdiscussie met leerkrachten en directie, verslagen van de leerlingen, recensies, evaluatie door de ouders, etc. Na elke uitwisseling van leerlingen of lerarenvergadering volgt prompt de evaluatie. De verslagen van de leerlingen werden ook beschouwd als taken binnen de lessen moderne talen.
                                                                                          De evaluatie binnen het partnerschap verliep in elke school nagenoeg op dezelfde manier. In de ene school is de inbreng van de ouders groter dan de andere, in de andere school wordt ook de lokale gemeenschap en de plaatselijke autoriteiten betrokken bij de evaluatie. Maar grosso modo gebeurt dit op dezelfde wijze.

                                                                                          BESLUIT
                                                                                          De begeleidende leerkrachten en de leerlingen zijn heel opgetogen over de nieuwe formule en de projectmeetings. Bij de programmatie voor volgend jaar moeten we rekening houden met de boven geciteerde gegevens.

                                                                                          14. Bekendmaking en zichtbaarheid

                                                                                          Projecten worden in de eerste plaats bekend gemaakt via de website van het project en via de homepagina’s van de deelnemende scholen. Voorts zijn er de krantjes van het project, de persartikels en de websites van de verschillende scholen. Het gaat dus om de gewone bekendmakingskanalen: website van De Bron en de partnerscholen, projectkranten, cd-roms, lokale pers, etc.


                                                                                          Create a free website with Weebly